%20J.M.G.%20Schreijer-Pierik%202006.JPG)
Graag stel ik mij aan u voor: ik ben getrouwd, heb drie kinderen en woon in Hengevelde. Sinds 19 mei 1998 zit ik voor het CDA in de Tweede Kamer. Vertegenwoordiging van Overijsselse belangen zie ik – afgezien van mijn primaire rol als volksvertegenwoordiger in algemene zin - als een belangrijk onderdeel van mijn werk in de Kamer.
Ook na de verkiezingen van 22 november hoop ik mij weer voluit in te mogen zetten voor de leefbaarheid en vitaliteit van ons platteland, voor méér ruimte voor ondernemerschap, en recreatie en toerisme. Heeft u hierover ideeën, of komt u in de praktijk problemen tegen? Laat het mij weten. Ik ben bereid met u in gesprek te gaan.
Inleiding op de thema’s:
Hieronder treft u een korte inleiding aan op thema’s waarvoor ik fractiewoordvoerder ben in de Tweede Kamer. Als u na lezing meer informatie wilt hebben kunt u in de topbalk van deze site meer vinden onder de knop “thema’s”, en van daar uit kunt u ook doorklikken naar enkele fractiebijdragen met betrekking tot de genoemde thema’s.
Mocht u verder nog vragen hebben van – niet politieke – beleidsinhoudelijke aard, dan kunt u het beste doorklikken naar de website van Postbus 51, www.postbus51.nl. Deze website biedt onder meer toegang tot de sites van de ministeries, maar ook tot wet- en regelgeving en andere documenten van de overheid. Voor vragen over beleid en regelgeving op het gebied van LNV kunt u terecht bij het LNV-loket. Voor vragen op het gebied van VROM kunt u op de site van het ministerie informatie vinden over alle VROM-onderwerpen. Specifiek over het werk van de Tweede Kamer vindt u informatie op www.tweedekamer.nl

(Annie bezoekt CDA Achterberg Rhenen Renswoude: 17 november 2006)
Platteland
Het platteland van Nederland beslaat ongeveer 80% van de oppervlakte en herbergt bijna 40% van de inwoners van Nederland. Het Nederlandse landschap is sterk verbonden met de Nederlandse identiteit. In het landelijk gebied spelen zich momenteel belangrijke veranderingen af. Het verandert geleidelijk van ruimte alléén voor voedselproductie naar het platteland als consumptieruimte voor álle Nederlanders. Dit veranderingsproces waarbij het onderscheid tussen stad en platteland langzaam vervaagt, stelt ons voor belangrijke (beleidsmatige) uitdagingen. Het CDA zet in op: behoud van de identiteit en cultuur van het platteland, voldoende ruimte voor alle agrarische ondernemingsvormen, behoud van het voorzieningenniveau in kleine kernen, ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige streekproducten, goede ontwikkelingsmogelijkheden voor familiebedrijven, en verbreding van de (agrarische) bedrijfsvoering: Mijn uitgangspunt: “zonder boerenstand geen leefbaar platteland”! Voor meer informatie: zie in de bovenbalk het Thema Platteland.
Natuur en landschap
Natuur en landschap zijn essentiële elementen in het landelijk gebied. Zij verdienen het goed beschermd te worden. Tegelijkertijd moeten natuur en landschap niet verworden tot een statisch “openluchtmuseum”. In ons dichtbevolkte land moet steeds gezocht worden naar passende combinaties van economie en ecologie. Zij vormen immers samen de voorwaarden voor een leefbaar en dynamisch landelijk gebied. Inzet CDA: bescherm nationale landschappen maar zorg óók voor een goede inpassing hierin van gevarieerde economische activiteit. Zorg voor een goede bescherming van de Ecologische hoofdstructuur (EHS), conform de oorspronkelijke doelstellingen van 1990. Robuuste verbindingen moeten voortaan met draagvlak van belanghebbende partijen tot stand komen. Zie in de bovenbalk: thema natuur en landschap.
Flora- en faunawet
De biodiversiteit in ons land staat onder druk. Flora en fauna dienen dan ook goed beschermd worden. De Flora- en faunawet zorgt voor de nodige bescherming, maar is in de praktijk een ingewikkelde en weinig gebruiksvriendelijke wet. Goed wildbeheer is lang niet in alle gevallen mogelijk. Het CDA zet zich in voor verbetering van de wet, zodat deze bescherming van de biodiversiteit waarborgt, maar óók goed uitvoerbaar wordt, en effectief en verantwoord wildbeheer mogelijk maakt. Zie in de bovenbalk: Thema Flora- en faunawet.
Toerisme en recreatie
Niet alleen het uitgaande, maar ook het inkomende toerisme, het binnenlands toerisme en de dagrecreatie worden steeds belangrijker voor onze economie. Wij worden ouder, en hebben méér vrije tijd dan vroeger. Dat verklaart voor een deel de groei die de sector de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Wij moeten deze sector koesteren, en kappen in onnodige regelgeving en administratieve lasten. Het CDA vindt dat toerisme en recreatie, en dan vooral de binnenlandse component daarin, een gunstiger ontwikkelingsklimaat, en méér gerichte beleidsmatige aandacht verdienen. Voor meer informatie: zie in de bovenbalk: Thema Toerisme en Recreatie.
Permanente bewoning van recreatiewoningen
In de afgelopen jaren zijn recreatiewoningen in toenemende mate gebruikt voor permanente bewoning, een functie waarvoor zij dus niet oorspronkelijk bedoeld waren. Daardoor zijn soms hele woonwijken ontstaan in en nabij natuurgebieden en op plaatsen waar dat helemaal niet de bedoeling was. In veel gevallen wisten burgers dat zij eigenlijk niet permanent mochten wonen in de recreatiewoning. Maar veel gemeenten hebben de permanente bewoning óók al te vaak impliciet of expliciet gedoogd en burgers daarmee een verkeerde indruk gegeven en valse hoop gegeven. Dat heeft het probleem complex en heel moeilijk oplosbaar gemaakt, maar dat geeft ons niet het recht er dus maar in te berusten. De CDA-fractie vindt dat er een definitieve oplossing moet komen voor de permanente bewoning van recreatiewoningen. Daarbij moeten alle in het geding zijnde belangen van ruimtelijke ordening, én de belangen van individuele burgers zorgvuldig gewogen kunnen worden. Het CDA streeft naar een beleid dat mogelijkheden biedt tot die zorgvuldige afweging, tot maatwerk, en óók ruimte biedt voor goede oplossingen voor de echt schrijnende gevallen. Zie: in de bovenbalk: thema Permanente bewoning van recreatiewoningen.
Duurzaam geproduceerd hout
In grote delen van de wereld wordt nog steeds op niet duurzame wijze hout geproduceerd. Dat wil zeggen: voor gekapte bomen worden geen nieuwe teruggeplant, en de lokale bevolking heeft te weinig of soms helemaal geen (economisch) profijt van de houtkap. Langzaam komt daar verandering in, en krijgt het onderwerp duurzaam geproduceerd méér de aandacht die het verdient. Dit wordt bevestigd door de WNF overheidsbarometer; deze vergelijkt 29 landen op het punt van hun houding en activiteiten in de strijd tegen de illegale houtkap. Nederland scoort in die rangorde als één na beste. Dat is op zich wel mooi, maar wij kunnen nog niet op onze lauweren gaan rusten. Het aandeel duurzaam geproduceerd hout op de Nederlandse markt bedraagt momenteel slechts 15%; Een recent onderzoek van Milieudefensie toont verder aan, dat zeker niet altijd onomstreden gecertificeerd hout gebruikt wordt in bouwprojecten van de overheid. Er moet dus nog véél gebeuren en veranderen. Een effectieve aanpak van het probleem kan alleen tot stand komen met draagvlak van alle betrokkenen, waaronder de houtondernemingen. Een substantiële en handelsrechtelijk geoorloofde terugdringing van illegale en niet-duurzame houtkap zal alleen mogelijk zijn via een aanpak op Europese en/of wereldschaal. Het CDA zet zich daarvoor in. Zie: in de bovenbalk het thema Duurzaam geproduceerd hout, inclusief de laatste fractiebijdrage aan het debat van 31 augustus jl.